Italiëweetjes

Er zijn er natuurlijk veel meer, maar op deze pagina hebben wij alvast voor u een aantal boeiende Italiaanse wetenswaardigheden verzameld die wij de moeite vonden te vermelden.

  • Het prinsendom Seborga

    Het prinsendom Seborga

    Il principato Seborga. Seborga is een klein dorpje, gelegen in de provincie Liguria, vlakbij de Franse grens tussen Ventimiglia en San Remo. Behalve een gemeente is het tevens een onafhankelijk prinsendom, de oudste constitutionele monarchie van Europa en de kleinste staatstaat ter wereld. Oorspronkelijk behoorde het dorp aan het graafschap Ventimiglia. In 1079 werd het een prinsendom van het Heilige Roomse rijk. In 1729 werd het vervolgens verkocht aan de koning van Savoye in Piemonte-Sardegna. Deze verkoop is echter nooit gearchifeerd, waardoor Seborga onafhankelijk bleef.

    Ook bij de vorming van de republiek Genua en veel later bij de vorming van het Italiaanse koninkrijk in 1861 en zelfs die van de republiek Italia in 1946, werd met het prinsendom geen rekening gehouden. Het werd zodoende aan geen enkele staat of provincie toegewezen en is derhalve altijd onafhankelijk gebleven. Het staatje wordt echter alleen erkent door Burkina Faso en de Comodoren. Wèl hanteren ze een eigen munteenheid, de Luigino, een eigen paspoort en nummerbord. De taal is een dialect uit het Frans en Italiaans.

    In 1963 overleed de laatste prins. Toch spraken de inwoners zich uit voor onafhankelijkheid met als gevolg dat de opvolgende (en nog heersende) prins Giorgio 1 democratisch door het volk is gekozen. Het prinsendom is 4 km² groot, telt 2500 inwoners en bijna evenveel toeristen. Op het stadhuis, wat tevens dienstdoet als paleis en parlementsgebouw werken 8 ministers, die elk er nog een baan naast hebben. Het ambt is er namelijk één op vrijwillige basis. De minister van buitenlandse zaken is bijvoorbeeld eigenaar van een gelateria.

  • Teatro La Fenice

    Teatro La Fenice

    Het Teatro La fenice in Venetië is een van Europa’s meest beroemde theaters. De Fenice (Italiaans voor feniks) doet zijn naam eer aan gezien het feit dat het theater meerder keren is afgebrand en vervolgens weer is opgebouwd. Volgens de Griekse mythologie is de feniks namelijk een fabeldier in de vorm van een vogel, die in staat was telkens weer uit zijn eigen as herboren te worden. Zelfs het christelijk geloof zag in de feniks het symbool van de herrijzenis.

    San Benedetto
    De oorsprong van Teatro La Fenice is te vinden in een ander theater, San Benedetto, dat meer dan veertig jaar het belangrijkste operatheater van Venetië was. Het kleine, elegante San Benedetto aan de Sestiere San Marco, gebouwd door Michele Grimani, opende haar deuren in 1755. In 1766 komt het theater in handen van een consortium van patriciërsfamilies die vaste loges hadden in het theater. In 1774 brandde het San Benedetto theater tot de grond toe af. Toen het theater eenmaal weer was herbouwd ontstond er een juridische strijd tussen het consortium en de grondeigenaar, de familie Venier. Deze laatste won de rechtszaak en doopte het theater San Benedetto om in Teatro Venier. Het theater werd in 1810 overgedragen aan de impresario Giovanni Gallo, die het vervolgens Teatro Gallo noemde. In 1847 erfden zijn zonen het theater, die de naam in 1868 weer veranderden in Teatro Rossini, ter ere van Gioacchino Rossini, die meerdere premières van zijn opera’s in het theater had gehad. In 1937 werd het theater na een renovatie met een geheel nieuwe gevel heropend als bioscoop, het Cinema Rossini. De bioscoop werd in 2007 gesloten maar ondergaat inmiddels een restauratie, welke door de stad Venetië wordt gefinancierd. Men verwacht dat de restauraties in 2012 voltooid zullen zijn.

    Het eerste theater La Fenice
    Nadat het consortium, de oorspronkelijke eigenaren van San Benedetto in 1786 het theater noodgedwongen moesten overdragen aan de familie Venier, besloten ze zelf een nieuw theater te bouwen. Hemelsbreed nog geen 200 meter zuidelijker, op het Campo S. Fantin, begon in 1790 de bouw van het La Fenice theater. Twee jaar later opende het nieuwe theater haar deuren. De naam La Fenice was een referentie aan het feit dat het consortium de slag met de familie Venier had overleefd. La Fenice verwief een grote reputatie dankzij grote opera’s en premières van o.a. Rossini, Bellini en Donizetti.

    Noodlot slaat toe
    In 1836 sloeg het noodlot wederom toe, toen het theater compleet door brand verwoest werd. Het werd echter weer snel herbouwd en precies een jaar later herrees La Fenice uit haar as, toen het de deuren in 1837 opnieuw opende. In de opvolgende jaren werd het theater steeds bekender met beroemde premières als Giuseppe Verdi’s Attila, Rigoletto, la Traviata en Simon Boccanegra. Op 29 januari 1996 werd La Fenice opnieuw door brand verwoest. Twee electriciens werden uiteindelijk als brandstichters in 2001 veroordeeld. De twee neven Enrico Carella en zijn neef Massimiliano Marchetti vreesden voor forse boetes vanwege de werkachterstand die hun bedrijf werd verweten. Om hun eigen nalatigheid te verbloemen steken ze vervolgens dan maar het theater in brand. Ze werden respectievelijk tot zeven en zes jaar gevangenisstraf veroordeeld.

    La Fenice tot op heden
    Met wat behoorlijke vertraging begon men uiteindelijk in 2001 met de reconstructie van het theater. Aan de hand van foto’s van de openingsscenes’s van Luchino Visconti’s film Senso, die in 1954 in het theater waren gemaakt, begon architect Aldo Rossi en 200 vaklieden aan de moeilijke taak La Fenice weer in ere te herstellen. Na 650 dagen en circa 90 miljoen euro kosten opende het theater op 14 december 2003 wederom haar deuren. Verdi’s La Traviata had de eer om als eerste opera te worden opgevoerd.

    Adresgegevens:
    Fondazione Teatro La Fenice
    Campo S. Fantin 1965
    30124 Venezia
    Tel.  041786511
    www.teatrolafenice.it

    Cinema Rossini
    Sestiere S. Marco 3988
    30124 Venezia

  • Italiaanse feestdagen

    Italiaanse feestdagen

    De landelijke feesten

    • La Befana – 6 januari. La Befana is een figuur uit de oude Italiaanse folklore waarin zowel een heks als een goede fee word gezien. Het is vergelijkbaar met onze sinterklaas of de Kerstman, zit op een bezem en komt ook via de schoorsteen de huizen binnen. Voor lieve kinderen brengt ze cadeautjes mee en voor stoute kinderen kool of zwarte snoep.
    • Natale – 25 december. In Italie speelt het kerstfeest zich af op 1 dag: 25 december. Op deze dag viert men de geboorte van Jezus.
    • Santo Stefano – 26 december. Stefano (Stefanus) was een van de zeven diaken die door de apostelen waren aangesteld om hen te helpen met het werk en bij het eerlijk verdelen van de aalmoezen onder de weduwen.
    • Capodanno – 31 december/1 januari. De viering van de afsluiting van het oude jaar en de eerste dag van het nieuwe jaar.
    • Carnevale – Tussen februari en maart. Van oorsprong christelijk feest waarbij men verkleed en met maskers in grote optochten door de straten paradeert. De bekendste en grootste Italiaanse carnavals zijn die van Venetië, Viareggio (Toscane) en Ivrea (Piemonte).
    • La Pasqua – De eerste zondag die volgt op de volle maan na het begin van de lente. Christelijk feest waarbij christenen de dag vieren dat Jezus is opgestaan uit de dood, op de derde dag na zijn kruisiging.
    • Festa della Liberazione – 25 april. Nationale herdenkingsdag waarop de val van het fascistische regime van Mussolini op 25 april 1945 gevierd word.
    • Festa del Lavoro – 1 mei. Internationale feestdag waarop de dag van de arbeid gevierd word, de strijd en de waardigheid van de arbeidersklasse, de hoop op een rechtvaardige samenleving. In 1889 begonnen als herdenking van de moord op demonstrerende stakers (zij droegen als eersten rode vlaggen mee) in Chicago in 1888.
    • Festa della Republica – 2 juni. Nationale feestdag, dag van de Republiek. Herdenking van het referendum ten gunste van de republiek in 1946.
    • Ferragosto – 15 augustus. Nationaal religieus feest. Maria Hemelvaart of Maria Tenhemelopneming is in de Orthodoxe en Katholieke Kerk de feestdag van de opneming ‘met lichaam en ziel’ van Maria in de hemel.
    • Ognissanti – 1 november. Allerheiligen. Een internationale christelijke feestdag waarop alle heiligen van de rooms-katholieke kerk gezamenlijk worden vereerd en herdacht.
    • Immacolata Concezione – 8 december. Dag van de ‘Onbevlekte Ontvangenis van Maria’. Wordt door Rooms-katholieke Kerk met een hoogfeest gevierd. Het vaststellen van de bijzondere status van Maria dat zij ter wereld kwam ‘zonder door de erfzonde (seksuele gemeenschap) te zijn belast’.

    De locale feesten
    Aangezien het onmogelijk is elk Italiaans provincie-, regio, stads, dorps, wijk en buurtfeest te benoemen (het zijn er duizenden!), hebben we een kleine selectie gemaakt uit de meest in het oog springende locale feesten.

    • Festa del Vino – Asti (Piemonte), 5-14 september. Op het Piazza Cattedrale worden de allerbeste Italiaanse wijnen gepresenteerd. Het feest heet officieel Festa del Vino Douja d’Or. Douja is een karaf waarmee de wijnboeren om wijn mee uit de vaten te halen. Hier komt ook het woord Giandouja,ofwel Gianduja vandaan, Giovanni della Douja, degustatore dei vini, Giovanni de wijnproever.
    • Festa del Vino Barolo – Barolo (Piemonte), 12-21 september. Wijn en culinaire proeverijen.
    • Campionato mondiale della zucca – Sale Marasino (Lombardije), 21 september. Wereldkampioenschappen voor de grootste en mooiste pompoenen.
    • Sagra del Pesce – Castelveccana (Lombardije), 2-3 augustus. Traditioneel visfeest met kraampjes waar je vis in allerlei soorten, maten en vormen kunt eten.
    • Sagra del Risotto – Castelveccana (Lombardije), 14 september. Risottofeest waar je alle mogelijke risottovarianten kunt proeven, van Milanese tot Funghi.
    • Sagra del Fuoco – Recco (Ligurie), 8 september. Vuurfeest ter ere van God, met groot opgezette vuren, concerten en families die de kleuren van hun eigen wijk dragen.
    • Regata Storica – Venezia (Veneto), 7 september. Grote gondeltocht over het Canal Grande in Venezia. Feest ter ere van de Doge’s en beheerders van de stad, waarbij duizende kleine en grote gondels en bootjes het Canal Grande zullen afvaren. Groot spektakel.
    • Grande festa dell’Ospitalità – Bertinoro (Emilia Romagna), 7 augustus. Groot feest van de gastvrijheid met tagliatelle op het plein en focaccia en locale wijnen voor iedereen.
    • Il Palio – Siena (Toscane), 2 juli en 16 augustus. De Palio (‘vaandel’) is een paardenrace tussen de 17 wijken van de stad, die sinds 1287 gehouden wordt in het centrum van Siena.
    • Giostra del Saracino – Arezzo (Toscane), 7 september. Spektakel van Middeleeuwse oorsprong met allerlei toernooien in middeleeuwse klederdracht. Het feest is in 1931 weer hernieuwd in gebruik genomen.
    • Fiera del Cacio – Pienza (Toscane), 6-7 september. Gastronomisch feest gewijd aan de jacht.
    • Sagra del Cinghiale – Capalbio (Toscane), 13-14 september. Gastronomisch feest ter ere van het everzwijn. Veel kraampjes, folkloredansen en live muziek.
    • La Quintana – Ascoli piceno (Le Marche), 2-3 augustus. Traditioneel antiek feest met middeleeuwse klederdrachten, toernooien, muziek en parades.
    • Festa del Mare – Ancona (Le Marche), 7 september. Religieuze processietocht, waarbij de (vissers)boten, de visvangst en alle zeegangers worden gezegend. Aan het einde is er een vuurwerkspektakel aan zee.
    • Sagra degli spaghetti all’Amatriciana – Amatrice (Latio), 30 augustus. Feest ter ere van het beroemde locale gerecht: spaghetti all’Amatriciana.
    • Festa di San Gennaro – Napoli (Campania), 19 september. Meest antieke feest van de provincie Campania. Tijdens dit feest komen alle gelovige inwoners van de stad naar de Dom van Napels, waar de aartsbisschop een reliekhouder toont waarin twee glazen ampullen met het gestolde bloed van de patroonheilige van Napels, San Gennaro, zitten. Volgens traditie zal het gestolde bloed ieder jaar op 19 september, op 16 december en op de eerste zaterdag in mei vloeibaar worden.
  • Pellegrino Artusi

    Pellegrino Artusi

    Pellegrino Artusi is vooral bekend geworden als auteur van het vermaarde Italiaanse kookboek La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene; De wetenschap in de keuken en de kunst om goed te eten.

    Hij werd op 4 augustus 1820 geboren in Forlimpopoli, een klein plaatsje in de buurt van Forlì, in de provincie Emilia Romagna. Hij kwam uit een rijk gezin en studeerde literatuur aan de universiteit van Bologna. In 1852 verhuisde hij met de hele familie naar Florence waar hij tot zijn vijftigste een fortuin vergaarde als bankier. Daarna wijdde hij zijn leven weer aan de literatuur, een passie die hij tot dan toe had bijgehouden. Hij publiceerde zelfs een biografie over Ugo Foscolo (1878) en Osservazioni in appendice a trenta lettere di Giuseppe Giusti (1881).

    Beroemd werd hij echter met het schrijven van het, zo zou je het kunnen noemen, eerste Italiaanse kookboek: La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene. Een verzameling van 790 recepten en vele aardige anekdotes. Voordat het boek tot stand kon komen, reisde hij heel Italië af en bezocht hij vele locale eettentjes. Daar proefde hij de grote variëteit aan locale gerechten, noteerde al zijn bevindingen en verzamelde honderden recepten om ze vervolgens thuis zelf uit te proberen.

    Hij was 71 toen hij het boek voltooide, maar kon geen enkele uitgever vinden om zijn boek te publiceren. In eigen kringen werd hem al door een zekere professor Trevisan voorzichtig gezegd dat een dergelijk boek weinig aftrek zou vinden. Vóór La Scienza was er namelijk nog nooit eerder geschreven over de ‘Italiaanse’ keuken. Met eigen financiële middelen weet hij het boek uiteindelijk met een oplage van 1000 stuks in de eerste vier jaren te verkopen. Het succes bleef niet uit. In de twintig opvolgende jaren werden 14 edities gedrukt en was La Scienza in cucina naast het boek van Pinocchio en de Bijbel een van de meest gelezen boeken in Italië.

    Artusi was geen professionele kok, maar had grote passie voor koken en eten. Hij was erg nieuwsgierig, had onderzoeksgeest, wilde alles weten en proberen en schreef al zijn bevindingen vaak woord voor woord op. Artusi was humoristisch in zijn beschrijvingen, maar ook kritisch. Hij schroomde bijvoorbeeld niet om te vermelden dat hij twijfelde aan een recept en dat het hem pas bij de vijfde poging was gelukt. Verder moest hij ook niks hebben van die rare Fransen met hun aanstellerigheid, hun ‘vreemde’ werkwijze in de keuken en opgeblazen keukentermen. Zo maande hij tevens de lezers wanneer je ergens te gast was vooral alles te eten wat je werd voorgeschoteld. Je kon slechts de gastheer bruuskeren.

    Het boek beschrijft niet alleen recepten, maar vertelt ook over ervaringen die hij tijdens zijn reis opdeed, over de mensen die hij heeft ontmoet en de plaatselijke zeden en gewoonten. De praktische waarde van het boek is, dankzij de soms zeer uitvoerige en ingewikkelde beschrijving van recepten, discutabel. Maar dankzij de grappige anekdotes en zijn persoonlijke ontboezemingen een waar genot om te lezen. La scienza in cucina is tot op heden een van de belangrijkste boeken en mijlpalen in de Italiaanse culinaire geschiedenis. Het boek is uit het Italiaans vertaald in het Frans, Spaans Nederlands, Duits en Engels.

    In 1904 publiceerde Artusi nog een praktische handleiding voor de keuken, Ecco il tuo libro di Cucina, Hier is je eigen kookboek, met meer dan 3000 recepten. Zeven jaar later in 1911 sterft Pellegrino Artusi op 91 jarige leeftijd in Florence. Artusi leeft echter voort in de vorm van een vereniging met bijeenkomsten en evenementen. In het geboortedorp Forlimpopoli staat zelfs een Artusi-huis; het Casa Artusi is het eerste culturele, gastronomische centrum gewijd aan de Italiaanse eetcultuur en de thuiskeuken. Ook worden er nog jaarlijks prijzen uitgereikt tijdens het Festa Artusiana, op het gebied van koken, voedsel en de relatie tussen mens en eten.

    Pellegrino Artusi
    ISBN-13: 978-90-77455-26-5
    Uitgever Pereboom

PannacottaPannacottaPannacottaPannacotta